Slepen van auto met Triangel

Garantie tot de Grens

Met onderstaande tekst gaan wij uit van de regelgeving zoals bekend van Februari 2005.
Bekend is dat het slepen van voertuigen in sommige landen niet wordt toegestaan of dat het niet wordt toegestaan met Triangel. Binnen Nederland is het op grond van onze wetgeving wel toegestaan.

'Sleep' is geen aanhangwagen

In principe is er helemaal niets mis met het slepen van een auto met een triangel mits het gesleepte voertuig een eigen geldig kenteken(bewijs) heeft, APK is goedgekeurd en WAM verzekerd is.
Rijbewijsbepalingen en allerhande technische eisen zijn niet op dit vervoer van toepassing. Omdat de 'sleep' geen aanhangwagen is. Hieronder volgen puntsgewijs de zaken die spelen bij wijze van vervoer.

- Stap voor stap door diverse regels

Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990)

Alleen op grond van de RVV 1990 is een gesleepte auto een aanhangwagen, hetgeen betekent dat voor wat betreft de naleving van de verkeersregels ( zoals de maximumsnelheid, bepaalde verbordsborden, ect. ) met een 'aanhangwagen' wordt gereden

Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • Aanhangwagens: voertuigen die door een voertuig worden voortbewogen of
                                 kennelijk bestemd zijn om aldus te worden voortbewogen,
                                 alsmede opleggers.

Voertuigreglement

Op grond van het Voertuigreglement is het gesleepte voertuig geen aanhangwagen, zodat noch de bepalingen voor 'aanhangwagens' noch die voor 'samenstellen van voertuigen' van toepassing is.

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1.1

In dit besluit en de daarop berustende regelingen wordt, voor zover niet anders is bepaald, verstaan onder :

  • Aanhangwagen: Voertuig dat is bestemd om aan een motorrijtuig te koppelen, met
                               inbegrip van een oplegger; als aanhangwagen wordt voorts
                               aangemerkt een dolly met een oplegger; az. samenstel van
                               voertuigen: trekkend voertuig met één of meer aanhangwagens.

Wegenverkeerswet 1994

Ook op grond van de Wegenverkeerswet 1994 is het gesleepte voertuig ook geen aanhangwagen

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • Aanhangwagen: Voetruig dat kennelijk is bestemd om te worden voortbewogen
                               door een motorrijtuig.

In het bepaalde krachtens deze wet kan onder aanhangwagens tevens worden verstaan een voertuig wordt voortbewogen of kennelijk is bestemd om door een ander voertuig te worden voortbewogen.

Dus

Dit betekent dat alle bepalingen aangaande een rijbewijsplicht m.b.t. 'aanhangwagens' niet van toepassing zijn. Het vereiste rijbewijs voor het trekkende voertuig is altijd voldoende, ongeachte het eventuele gewicht van de gesleepte auto.
Het houdt ook in dat de kentekenbepalingen voor 'aanhangwagens' niet van toepassing zijn. Het gesleepte voertuig is immers een zelfstandig motorrijtuig en zal dan ook aan alle verplichtingen voor moeten voldoen, waaronder de kentekenplicht.
Dit betekent dat achter op de gesleepte auto gewoon het 'eigen' kenteken ervan moet worden vervoerd en dat dit ook zichtbaar moet zijn.

Andere punten:

Er moet sprake zijn van een geldige APK. De APK is immers niet gerelateerd aan het gebruik van de weg, maar net als de WAM-plicht ( en de houderschapbelasting ( indien noodzakelijk )) aan het 'bezitten van' het kenteken. De plek waar het voertuig staat of rijdt is daarbij absoluut een niet APK-gekeurd en/of onverzekerd voertuig is daarom niet toegestaan, ook niet op deze manier.
Voor het gesleepte voertuig gelden ook de verplichtingenaangaande de WAM voor wat betreft de geldige autoverzekering. Hoewel een gesleept voertuig onder de WAM-dekking van het zelfstandig motorrijtuig en is daarom een zelfstandige verzekering van de gesleepte auto toch verplicht.
Als het kenteken van het gesleepte voertuig is geschorst, mag eventueel ook de WAM-verzekering zijn geschorst, terwijl de APK-plicht automatisch is geschorst. Een schorsing van het kenteken vervalt echter onmiddellijk, op het moment dat met het voertuig gebruik wordt gemaakt van de weg: zelfstandig rijdend, gesleept, stilstaand of geparkeerd. Bij vervoer op een autoambulance blijft de schorsing wel intact.
Het slepen van een motorrijtuig is niet aan speciale voorwaarden verbonden. Dit mag plaats vinden met een sleepkabel, een sleepstang maar ook met een triangel. 
Bepalingen over de gebruikte koppeling of een eventuele beremming van het getrokken voertuig zijn niet aan de orde weer omdat het geen aanhangwagen is. De gesleepte auto hoeft niet als een aanhangwagen beremd te zijn. Dat hieraan soms risico's aan zijn verboden is duidelijk. Dit heeft ondermeer te maken met de gewichtsverhouding tussen het slepende en gesleepte voertuig.
Mocht de gebruikte koppeling/trekdriehoek niet voldoen aan de eisen die daar uit veiligheidsoverwegingen aan mogen worden gesteld, blijft er weinig anders over dan artikel 5 van de WVW 1994. In het Voertuigreglement wordt namelijkuitsluitend gesproken over het koppelen en voortbewegen van 'aanhangwagens'.

Wegenverkeerswet 1994

Hoofdstuk 2. Verkeersgedrag §1. Gedragsregels

Artikel 5

Het is ieder verboden zich zodanig te gedragen dat gevaar op de weg wordt veroorzaakt of kan worden veroorzaakt of dat het verkeer op de weg wordt gehinderd of kan worden gehinderd.
Lastiger ligt het v.w.b. de achterverlichting, richtingaanwijzers en remlichten. Deze lichten van het trekkend voertuig zouden goed zichtbaar moeten zijn. Dat lukt niet, dus zou er iemand in de gesleepte auto moeten zitten om de lichten van dit 'zelfstandig' motorrijtuig te bedienen. Dat is volstrekt onwerkbaar, zodat de gekozen oplossing een 'verlichtingsbalk' aanvaardbaar lijkt. Let wel: Op deze balk mag dus niet het kenteken van het trekkend voertuig zichtbaar zijn, omdat gesleepte auto immers geen aanhangwagen is!

Hieronder nog twee bepalingen die van belang zouden kunnen zijn.

Voertuigreglement

Hoofdstuk 5. Permanente eisen
Afdeling 18. Gebruikseisen voertuigen § 0. Algemeen

Artikel 5.18.2

Met een motorvoertuig mag niet meer dan één motorrijtuig of samenstel van voertuigen worden voortbewogen. Een afsleepdolly en een zich daarop bevindend motorrijtuig worden als één motorrijtuig beschouwd.
Met een motorrijtuig mag geen tweewielig motorrijtuig worden voortbewogen.
Met een tweewielig motorrijtuig, een gelede bus of samenstel van voertuigen mag geen motorrijtuig of samenstel van voertuigen worden voortbewogen.

Artikel 5.18.3

De bestuurder mag bij het besturen van het voertuig niet door passagiers, lading of op andere wijze worden gehinderd.

Deze tekst komt van:

Paul Enkelaar
Expertisecentrum Verkeer en Vervoer Kennisnetwerk
Politieacademie
Apeldoorn

Download dit artikel 3.13MB